Blog

Lopen voor de herinnering

on 5 juni 2015

Voor altijd zal ik de gedachte aan die volle tegenwind op het Egmondse strand van de halve aldaar met me meedragen. En dan vooral dat stuk dat je eindelijk de boulevard opdraait en hij ineens niet meer tegen maar mee is en je vliegt. Tenminste, ik moet gevlogen hebben, want mijn benen deden het niet meer. Nooit meer vergeet ik de slopende kilometers op de Rotterdamse Bosdreef tijdens mijn allereerste marathon en die mevrouw die mij daar een Dextrootje overhandigde met de woorden ‘Je kúnt nu niet meer stoppen, hoor!’. Ook de complete stilte in de allervroegste vroegte tussen de kersengaarden in de Betuwe tijdens de afgelopen Roparun zal iets zijn wat me altijd bijblijft.

En zo’n herinnering heb ik ook aan de tweede editie van de Halve Marathon Oostland. Op een onbehoorlijke warme zondagmiddag liep ik daar van tuinslang naar spons naar waterbekertje naar nevelstraal. Een groot deel hiervan kwam van de organisatie, maar een nog groter deel van buurtbewoners die ’s morgens uit het raam moeten hebben gekeken en dachten ‘Pfoe…! Je zal er in moeten lopen… Laten we ze een handje helpen!’. Prachtig vind ik dat. Zulke momenten maken een loopervaring compleet.

Dit soort voorvallen verzin je niet wanneer je je inschrijft. Die zijn er ineens op de dag zelf door weersomstandigheden, locatie, publiek, je eigen vorm of puur toeval. Je kunt er eigenlijk ook helemaal niet op trainen en dat maakt het zo mooi. Steeds maar weer die nieuwe verrassing die van een massaal evenement een persoonlijke herinnering maakt. Ik ben benieuwd wat de komende editie voor me in petto heeft!

Piet van AdrichemLopen voor de herinnering